| De grondwettelijke taalvrijheid | |||||
| Taalgrens en Taalgebieden | |||||
| Brussel, een tweetalige stad | |||||
| De Vlaamse Rand | |||||
| Een systeem van evenwichten |
|||||
Behalve Brussel zelf was ook een aantal Vlaamse randgemeenten ingrijpend verfranst. De massale uitwijking van Franstalige Brusselaars naar de groene gordel had het oorspronkelijk Nederlandstalige karakter van die gemeenten verstoord. De taalwetten van 1963 bevestigden dat deze gemeenten deel uitmaakten van het Nederlandse taalgebied. De Franstalige inwoners kregen er bijzondere rechten - zogenaamde taalfaciliteiten. |
Het is een bekend verschijnsel: overal ter wereld zetten grote steden hun omgeving zwaar onder druk. Stedelingen die het zich kunnen veroorloven, trekken uit de binnenstad weg en gaan zich bij voorkeur vestigen in de groene gordel rond de stad. Die gordel groeit vervolgens in snel tempo uit tot een verstedelijkte residentiële zone. Verstedelijking met taalkundige gevolgen Dat verschijnsel deed zich ook voor in de rand rond Brussel. Rijkere uitwijkelingen uit de hoofdstad lieten hun oog op de fraaie dorpen in de rand vallen. Later kwamen ook bemiddelde ambtenaren van Europese en internationale instellingen er zich vestigen, naast kaderleden van bedrijven die een hoofdzetel wilden in de Europese hoofdstad. Die nieuwe randstedelingen blijven georiënteerd op Brussel: ze werken er, proeven er van het culturele leven en zoeken er ontspanning met vrienden en collega's. Rustig toekijken of beschermen? Wanneer zich zo'n fenomeen voordoet, kan men twee houdingen aannemen. Men kan de sociale en taalkundige verdringing beschouwen als een onafwendbaar sociologisch fenomeen. In dat geval kijkt men rustig toe hoe een dominante taal - het Frans - zijn invloed uitbreidt op het gebied van een bedreigde taal - het Nederlands. Wanneer die dominante taal de bedreigde taal langzaam maar zeker heeft verdrongen, moet dat dan maar tot grenscorrecties leiden. Uiteindelijk moeten de eentalige Vlaamse randgemeenten maar bij het tweetalige Brussel worden gevoegd. Dat is de visie van de Franstaligen. Tijdens de onderhandelingen over de taalwetgeving (1962-1963) werd tussen beide visies een brug geslagen. De randgemeenten werden niet bij Brussel gevoegd. Ze bleven deel uitmaken van het eentalige Vlaamse taalgebied. Op aandringen van de Franstaligen kregen Franstalige inwoners van zes randgemeenten bijzondere rechten, de zogenaamde taalfaciliteiten. Die gaven individuele burgers het recht om in een aantal contacten met de overheid het Frans te gebruiken.
Bovendien kan in de Vlaamse gemeenten met taalfaciliteiten Franstalig kleuter- en lager onderwijs worden ingericht. Dat kan zodra 16 gezinshoofden daarom vragen. Momenteel zijn er in elk van de zes faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand een of meer Franstalige kleuter- en lagere scholen. Die scholen krijgen geld van de Vlaamse overheid. De faciliteitenregeling versoepelt het territorialiteitsprincipe. De Franstaligen beschouwen ze daarom wel eens als een stap in de aanhechting van de randgemeenten bij het tweetalige Brussel. Die opvatting strookt niet met de Grondwet. Een Vlaams actieplan voor de Rand Om het Nederlandstalige karakter van de regio te ondersteunen, heeft de Vlaamse regering een actieplan uitgewerkt. Dat is bedoeld voor alle inwoners van de Vlaamse Rand. Ze wil iedereen die zich in de Vlaamse Rand vestigt optimale integratiekansen bieden. © 1999 ministerie van de Vlaamse Gemeenschap |