| De grondwettelijke taalvrijheid | |||||
| Taalgrens en Taalgebieden | |||||
| Brussel, een tweetalige stad | |||||
| De Vlaamse Rand | |||||
| Een systeem van evenwichten |
|||||
De taalwetgeving schrijft voor welke taal moet worden gehanteerd in het bestuur, het onderwijs, het gerecht en het bedrijfsleven. Dat gebeurt volgens het territorialiteitsprincipe: de wet heeft taalgebieden vastgelegd waarin één bepaalde taal als de officiële taal wordt beschouwd. |
De taalgrens in België werd bij wet vastgelegd op 8 november 1962. Dat gebeurde met een democratische meerderheid van Vlamingen en Franstaligen. Een jaar later werd de taalwetgeving voor bestuurszaken grondig hervormd. In die bestuurstaalwet werd het begrip taalgrens verbonden met het begrip taalgebied. België werd toen opgesplitst in vier taalgebieden: het Nederlandse taalgebied, het Franse taalgebied, het Duitse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Elke Belgische gemeente maakt ondubbelzinnig deel uit van één - en niet meer dan één - van die vier taalgebieden. De taalgebieden die de bestuurstaalwet in 1963 had vastgelegd werden in 1970 ook verankerd in de Grondwet. Ook dat is gebeurd met een democratische meerderheid van Vlamingen en Franstaligen. Daarom kan de taalgrens alleen worden gewijzigd als daarvoor in het federale parlement een bijzondere meerderheid bestaat. Dat betekent dat het wijzigingsvoorstel in de twee kamers van het federale parlement een tweederde meerderheid achter zich moet krijgen en dat in elke taalgroep een meerderheid van de parlementsleden achter de wet moet staan. Het begrip "taalgebied" is niet louter beschrijvend bedoeld. Het is wel degelijk een juridisch begrip. Met het Nederlandse taalgebied bedoelt men dus niet het gebied waar feitelijk Nederlands wordt gesproken. Neen, het is het gebied waar het Nederlands moet worden gebruikt voor een aantal domeinen die de wet uitdrukkelijk opsomt - bestuur, onderwijs, justitie, bedrijfsleven. De taalwetten van de jaren dertig hadden voor het eerst vrij precies taalgebieden afgebakend. Daardoor verankerden ze de eentaligheid in Vlaanderen en Wallonië. Ze steunden dus op het territorialiteitsbeginsel. Dat beginsel bindt het gebruik van een bepaalde taal aan een bepaald territorium. In onderwijs, justitie en bestuur geldt dan de officiële taal van het taalgebied. Overigens is niet alleen het Belgische federale model opgebouwd rond het territorialiteitsbeginsel. Het heeft ook ingang gevonden in Zwitserland en Canada. Daar is de onderliggende redenering dezelfde alsin België. Een levende taal is onlosmakelijk verbonden met een territorium en met de mensen die op dat grondgebied wonen. Een taal kan maar overleven als ze wordt gesproken door een gemeenschap; een gemeenschap kan maar overleven als ze over een grondgebied beschikt. Intussen is België omgebouwd tot een federale staat. De federalisering steunde op het territorialiteitsbeginsel en heeft dat beginsel nog dieper verankerd. Van de deelstaten wordt verwacht dat ze de territoriale bevoegdheidsverdeling respecteren. Die verdeling is exclusief Dat betekent dat de Vlaamse Gemeenschap geen culturele bevoegdheden kan uitoefenen in Wallonië. Op dat territorium is namelijk alleen de Franse Gemeenschap bevoegd. Dat principe van niet-inmenging geldt natuurlijk ook vice versa © 1999 ministerie van de Vlaamse Gemeenschap |