|
Snelinfo 2004/52: 24 december
2004
Evenredige arbeidsparticipatie en gelijkekansenbeleid
in de Vlaamse overheid
Na advies van de Raad van State keurde de
Vlaamse Regering op 24 december 2004 definitief
een uitvoeringsbesluit goed bij het decreet
van 8 mei 2002 dat betrekking heeft op de
evenredige arbeidsparticipatie voor het Vlaamse
overheidspersoneel. Het uitvoeringsbesluit
schrijft maatregelen voor om het gelijkekansen-
en diversiteitsbeleid te bevorderen en ondersteunen.
Dit uitvoeringsbesluit werd al principieel
goedgekeurd op 28 mei 2004 (zie snelinfo 2004/16),
maar bij deze definitieve goedkeuring koos
de Vlaamse Regering ervoor meer kansengroepen
aan het interne gelijkekansenbeleid toe te
voegen. Naast mannen-vrouwen, personen van
allochtone afkomst en personen met een handicap,
worden nu ook ervaren werknemers en kortgeschoolden
als kansengroepen toegevoegd.
Het is geenszins de bedoeling om het huidige
gelijkekansenbeleid dat gericht is op personen
van allochtone afkomst, personen met een handicap
en mannen/vrouwen, af te bouwen. Wél
worden de bestaande acties voor kortgeschoolden
en ervaren werknemers, geleidelijk ingebouwd
in het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid.
Bij het voeren van dit beleid stelt de een
geïntegreerde aanpak voorop.
Met dit besluit wil de Vlaamse Regering gelijke
kansen creëren voor iedereen. Ook wil
ze als werkgever een voorbeeldfunctie vervullen
bij het tewerkstellen van kansengroepen in
haar eigen diensten.
Hieronder de krachtlijnen van het besluit.
In haar gelijkekansen- en diversiteitsbeleid
kiest de Vlaamse Regering niet voor positieve
discriminatie. In plaats van quota wordt met
streefcijfers gewerkt. Deze streefcijfers
werken beleidsondersteunend: de te bereiken
doelen worden gekwantificeerd en de vorderingen
kunnen makkelijker in kaart worden gebracht.
Per beleidsdomein zullen de streefcijfers
worden bepaald door de functioneel bevoegde
minister en worden vastgelegd in de aansturingsinstrumenten.
Om die nieuwe streefcijfers zo realistisch
mogelijk te bepalen, moeten ze gebaseerd zijn
op de huidige situatie. Eerst moet er dus
zicht zijn op het aantal personeelsleden uit
de kansengroepen dat nu al in de organisatie
aan het werk is. Zo heeft de Vlaamse Regering
in haar besluit onder meer duidelijke definities
opgenomen van ‘persoon van allochtone
afkomst’ en ‘persoon met een arbeidshandicap’
zodat een nulmeting kan worden gedaan.
Elk beleidsdomein moet ook een registratiesysteem
gebruiken om deze cijfers te bepalen. Personen
uit de kansengroepen zijn niet verplicht om
zich te registreren, het gaat om een vrijwillige
registratie.
Verder verplicht het uitvoeringsbesluit de
beleidsraad van elk beleidsdomein om te rapporteren
over de effectieve verwezenlijkingen, de knelpunten
en de toekomstige beleidsacties op het vlak
van evenredige arbeidsparticipatie, gelijke
kansen en diversiteit. Om de beleidsraad van
elk beleidsdomein te ondersteunen bij het
realiseren van deze opdrachten, wordt de interne
emancipatiestructuur zoals die in 1990 werd
opgericht, opnieuw verankerd in de nieuwe
organisatiestructuur. Naast een onafhankelijke
opdrachthouder voor emancipatiezaken, moet
de beleidsraad van elk beleidsdomein ook minimaal
één verantwoordelijke voor de
ondersteuning van dit beleid aanstellen.
__________________________
Contactpersoon:
San Eyckmans, opdrachthouder emancipatiezaken
02-553 49 67
san.eyckmans@azf.vlaanderen.be
|