-

planologische draagwijdte van de atlas

-

  

De Atlas van de woonuitbreidingsgebieden geeft voor elk woonuitbreidingsgebied in Vlaanderen aan of het vanuit beleidsmatig en planologisch oogpunt kan ontwikkeld worden voor woningbouw. 

De Atlas houdt rekening met de opties van de op dit moment gekende plannen (algemeen plan van aanleg (APA), bijzonder plan van Aanleg (BPA), ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS), afbakeningsprocessen stedelijke gebieden, duinendecreet, habitatrichtlijngebieden, goedgekeurde niet-vervallen verkavelingen, woningbehoeftestudies, principiële akkoorden, enz.). 
Belangrijk: de Atlas vervangt de genoemde plannen niet. Deze plannen kunnen wijzigen en er kunnen plannen bijkomen. Bijgevolg is de Atlas slechts een momentopname, die regelmatig zal moeten bijgewerkt worden om zijn actualiteitswaarde te behouden.

De Vlaamse overheid zal zich bij het beoordelen van dossiers baseren op de aanduidingen in de Atlas. Deze aanduidingen houden echter geen rekening met eventuele beperkingen die van toepassing kunnen zijn als gevolg van andere sectorale regelgeving, vb. bosdecreet, natuurdecreet, watertoets, veiligheidsrapportage, Milieueffectenrapportering (MER) enz.  In die zin houdt de aanduiding in de Atlas slechts een voorwaardelijke beleidsmatige vrijgave van de gronden in.  

De Atlas maakt onderscheid tussen 4 grote groepen:

  • gebieden die al bebouwd zijn.
     
  • "gebieden die principieel vanuit het Vlaams beleidskader WEL kunnen ontwikkeld worden" (roze en donkeroranje ingekleurd in de Atlas). 
    Deze gebieden kunnen ontwikkeld worden zonder voorafgaand principieel akkoord, zoals bedoeld in de omzendbrief RO 2002/03. Met ontwikkelen wordt hier bedoeld dat er een BPA of een RUP kan worden opgemaakt voor het gebied, of dat er  een verkavelingsvergunning kan worden aangevraagd voor het gehele gebied.  
  • '(deels) te onderzoeken gebieden'. 
    Voor deze gebieden moet wel nog een principieel akkoord aangevraagd worden vooraleer het gebied kan ontwikkeld worden, zoals bedoeld in de omzendbrief RO 2002/03.

  • 'gebieden die principieel vanuit het Vlaamse beleidskader NIET kunnen ontwikkeld worden'. 
    Voor deze gebieden kan geen principieel akkoord meer worden aangevraagd. Uitzondering  hierop zijn de gebieden gemarkeerd met de letters "w" en "i" voor zover in de aanvraag van het principieel akkoord uitdrukkelijk en omstandig kan worden aangegeven dat de in de atlas aangegeven belemmeringen kunnen worden verholpen (vb. waterproblematiek opgelost).   
-

juridische draagwijdte van de atlas

-

  

De Atlas is een beleidsdocument en een consultatie-instrument zonder juridische waarde. De aangeduide gebieden zijn woonuitbreidingsgebieden zoals bedoeld in artikel 5.1.1. van het KB van 28/12/1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen.  Dit artikel blijft onverkort gelden.  

Het artikel stelt dat: "De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor."

Hoe dit voorschrift concreet wordt geïnterpreteerd en toegepast door de vergunningverlenende overheden kan u lezen in de Omzendbrief betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen dd. 8/7/1997, gewijzigd via omzendbrief dd. 25/1/2002 en 25/10/2002 .  

Mee in het licht van de rechtspraak van de Raad van State over de interpretatie van art. 5.1.1. van het KB van '72 zijn in essentie zijn volgende aspecten van belang: 

  • Groepswoningbouw

Zolang er geen beslissing is over de ordening (zie punt 2), kan alleen groepswoningbouw vergund worden in de woonuitbreidingsgebieden.  Onder groepswoningbouw “dient te worden verstaan het gelijktijdig oprichten van meerdere gebouwen bestemd voor bewoning die één samenhangend geheel vormen”.  Belangrijke criteria in deze omschrijving zijn de gelijktijdige bouw, de bestemming voor wonen en het feit dat de woningen een samenhangend (ruimtelijk) geheel vormen.  Vallen daar dus niet onder: een klassieke verkaveling, oprichting van gebouwen die geen woonbestemming hebben, … .

  • Ordening

Ordening van een woonuitbreidingsgebied kan enkel via vaststelling van een plan, m.n.:

BPA of RUP (bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan)

In principe moet het BPA dat een woonuitbreidingsgebied ordent conform zijn met wat in woongebied toegelaten is.

Voor RUPs geldt dat ze conform artikel 201 DRO de gewestplanbestemming vervangen.  Het RUP moet zich dus niet schikken naar de gewestplanbestemming, maar moet wel opgemaakt zijn in uitvoering van /conform met het betrokken ruimtelijk structuurplan.

Globale verkavelingsvergunning

De verkavelingsaanvraag moet het volledige gebied of minstens een substantieel en isoleerbaar deel van het woonuitbreidingsgebied tot voorwerp hebben.  De in de verkaveling toegelaten functies moeten conform zijn met wat in woongebied in het gewestplan toegelaten is.  Het college van burgemeester en schepenen oordeelt over de verkavelingsaanvraag.  Als de verkaveling de aanleg van wegen veronderstelt -wat normaal gezien het geval is bij ontwikkeling van een woonuitbreidingsgebied- dan is daarvóór ook een beslissing van de gemeenteraad nodig.  

  • Vergunning

U mag niet bouwen zonder voorafgaandelijke stedenbouwkundige vergunning. Vraag bij de gemeente na voor welke  werken u een stedenbouwkundige vergunning nodig heeft.  Zij licht u tevens in omtrent de nodige formulieren en documenten. 

Tot slot kan nog verwezen worden naar de decretale voorwaarde van de voldoende uitgeruste weg voor het verlenen van een vergunning (artikel 100 DRO) en naar het feit dat bij aanleg van wegenis een beslissing van de gemeenteraad vereist is (lokale wegenis is volgens de Gemeentewet een bevoegdheid van de gemeenteraad). 

- terug naar startpagina -