Welk vergunningenbeleid wordt gevoerd in de te ontwikkelen woonuitbreidingsgebieden?

De atlas is een beleidsinstrument dat aangeeft welke woonuitbreidingsgebieden in Vlaanderen voor ontwikkeling in aanmerking komen, welke daar principieel niet voor in aanmerking komen en voor welke gebieden verder onderzoek nodig is.  De atlas is een beleidsdocument en heeft geen juridische waarde.  Dat betekent dat het vergunningenbeleid in de woonuitbreidingsgebieden gebaseerd moet worden op de instrumenten die wel juridische waarde hebben: de voorschriften van de plannen, eventuele verkavelingsvergunningen, verordeningen, en dergelijke meer.

 

Volgens het koninklijk besluit van 28 december 1972 inzake de gewestplannen, geldt voor woonuitbreidingsgebieden in het gewestplan het volgende voorschrift:

“De woonuitbreidingsgebieden zijn uitsluitend bestemd voor groepswoningbouw zolang de bevoegde overheid over de ordening van het gebied niet heeft beslist, en zolang, volgens het geval, ofwel de overheid geen besluit tot vaststelling van de uitgaven voor de voorziening heeft genomen, ofwel omtrent deze voorzieningen geen met waarborgen omklede verbintenis is aangegaan door de promotor.”

Dat betekent dat voor woonuitbreidingsgebieden waar al een gemeentelijk plan bestaat (bijzonder plan van aanleg (BPA), ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP), of waar een verkaveling vergund is, rechtstreeks stedenbouwkundige vergunningen kunnen worden afgegeven.  In andere gevallen is eerst een ordeningsbeslissing nodig, via een BPA of een RUP of via een globale verkaveling.  De enige uitzonderingen hierop zijn vergunningen voor groepswoningbouw of voor restpercelen.  Zie ook :“juridische waarde van de atlas”.

De atlas maakt de tussenstap van ordening via plan of globale verkaveling dus niet overbodig.  Dat de atlas een gebied als “te ontwikkelen” beschouwt, betekent wel dat er vanuit beleidsmatig oogpunt groen licht gegeven wordt voor dat plan of die globale verkaveling.

Het vergunningenbeleid in woonuitbreidingsgebieden (verkavelingsvergunningen zowel als stedenbouwkundige vergunningen) is een bevoegdheid van de gemeente (al dan niet met voorafgaand advies van de gemachtigde ambtenaar).  Het is belangrijk te benadrukken dat de gemeenten bij dit vergunningenbeleid 2 zaken nagaan:

  1. Is de aanvraag in overeenstemming met de regelgeving (de zogenaamde 'wettigheidstoets')? 

  2. Past de aanvraag in de concrete plaatselijke ruimtelijke situatie (de sogenaamde 'opportuniteitsbeoordeling'). 

Kwaliteit en ruimtelijke inpassing en verantwoording van het project spelen dus hoe dan ook een rol.  Tot slot kan nog vermeld worden dat bij verkavelingen die wegenaanleg veronderstellen, de gemeenteraad een beslissing moet nemen over de wegenis.

   terug naar vraag en antwoord