Stap 2: de beperking van het sociaal huurobjectief tot een aanbod sociale huurwoningen van 9%

 

In de spreiding van het aantal sociale huurwoningen per gemeente wordt rekening gehouden met het bestaande sociale huurpatrimonium. Dit huurpatrimonium is weergegeven in de nulmeting en omvat het aantal woningen in eigendom van de VMSW, een SHM en in beheer van een SVK. Die gemeenten die reeds beschikken over 9% sociaal huurpatrimonium, worden vrijgesteld van het verplicht realiseren van een bijkomend sociaal huuraanbod. Dit geldt ook voor die gemeente die na de toebedeling van het gemeentelijk huurobjectief (stap 1) over meer dan 9% sociaal huuraanbod zouden beschikken. Voor de gemeenten waar het aandeel tussen de 7,3% en 8,99% ligt, dient enkel het verschil tot 9% gerealiseerd te worden. Bijvoorbeeld zal een gemeente met een aandeel van 8% een sociaal objectief van maximaal 1% hebben en niet het voorziene algemene percentage.

 

Aan sommige gemeenten wordt bijgevolg geen of een klein sociaal huurobjectief toebedeeld. Het is echter steeds mogelijk om een woonbeleidsconvenant aan te gaan met de Vlaamse overheid, met het oog op het realiseren van een bijkomend sociaal huuraanbod.