Stap 1: de provinciale verdeling voor Oost-Vlaanderen

 

Het decreet voorziet in de realisatie van 43.000 bijkomende sociale huurwoningen. Deze zijn verdeeld per provincie volgens het aantal huishoudens in die provincie. Voor Limburg geldt een uitzondering: de verdeling voor Limburg houdt rekening met het Limburgplan. Bij de verdeling wordt rekening gehouden met afrondingsverschillen zodat de 43.000 sociale huurwoningen verdeeld kunnen worden over de verschillende provincies. Het aantal huishoudens is het referentiecijfer van de officiële nulmeting van 1 januari 2008 en geldt tot 2020.

 

Het provinciaal huurobjectief Oost-Vlaanderen bedraagt 9.918 sociale huurwoningen.
Voor het provinciaal aantal huishoudens Oost-Vlaanderen geldt 596.502 huishoudens (referentie 1 januari 2008).

 

Om het gemeentelijk sociaal huurobjectief (stap 1) te berekenen moet de volgende berekening worden toegepast:

Provinciaal objectief x gemeentelijk aantal huishoudens (op 1 januari 2008)
                                 provinciaal aantal huishoudens (op 1 januari 2008)

 

Het opgelegd provinciaal sociaal objectief kan worden verhoogd op voorwaarde dat het Vlaamse Gewest en de provincie een protocolakkoord sluiten over de financiële inspanningen ter dekking van gegenereerde meerkosten.

 

Na het toepassen van deze provinciale verdeling kunnen ongeveer 31.000 sociale huurwoningen toebedeeld worden. De overige 12.000 woningen kunnen verdeeld worden via de Woonbeleidsconvenanten en de inhaalbeweging (stap3).