ruimtelijke ordening > vergunningen > handleiding

5. Voorbereiden van de beslissing van het schepencollege (stedenbouwkundige vergunning)

Dossiers ingediend vanaf 1/9/2009 

Wat moet de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar doen?

Art. 4.7.17. In ontvoogde gemeenten maakt de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar voor elke beslissing over een vergunningsaanvraag een verslag op, dat deel uitmaakt van het vergunningendossier. Het verslag kadert de aanvraag binnen de regelgeving, de stedenbouwkundige voorschriften, de eventuele verkavelingsvoorschriften en een goede ruimtelijke ordening, en omvat desgevallend een voorstel van antwoord op de bezwaarschriften in het kader van het gevoerde openbaar onderzoek.

Een model van verslag vindt u hier.

Het verslag bevat de volgende inhoud:

openbaar onderzoek

De aanvraag werd openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het uitvoeringsbesluit betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen. Er werden . . .  bezwaarschriften ingediend. De gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar - Het college van burgemeester en schepenen neemt omtrent deze bezwaarschriften het volgende standpunt in : . . .  (1)

De aanvraag diende niet openbaar gemaakt te worden. (1)

(1) externe adviezen

Zijn er externe adviezen? Wat zeggen ze?

Beoordeel de externe adviezen. De bindende adviezen moeten uiteraard gevolgd worden. Van de niet bindende kan enkel gemotiveerd afgeweken worden (wat, als ze zelf goed zijn gemotiveerd, niet evident is).

(1) advies van de GECORO

Is er zo'n advies? Hoe luidt het?

(1) toetsing aan de regelgeving en de stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften

Welke plannen zijn op de aanvraag van toepassing? Als er meerdere plannen van toepassing zijn, welk plan primeert er dan (bijvoorbeeld een verkaveling van 1975, een gewestplan van 1978 en een bpa van 1998)? Wat zeggen de voorschriften van het van toepassing zijnde plan?

Beantwoordt de aanvraag aan de voorschriften?

Zijn er andere voorschriften? Wat zeggen ze? Het is uiteraard niet mogelijk om hier een volledige opsomming van de mogelijkheden te geven. De meest voorkomende zijn:

- monumenten (op het perceel of in het gezichtsveld)
- stads- en dorpsgezichten
- landschappen
- vogelrichtlijngebieden (op het perceel of in de omgeving)
- habitatgebieden (op het perceel of in de omgeving)
- VEN (Vlaams Ecologisch Netwerk) (op het perceel of in de omgeving)
- publiek toegankelijke gebouwen: toegankelijkheid voor gehandicapten (kb 9/5/1977)
- ligging aan voldoende uitgeruste weg (art. 100 decreet ro)
- afwijkings- en uitzonderingsregeling zonevreemde woningen, gebouwen en constructies (art. 145 en volgende van decreet ro)
- de watertoets

Beantwoordt de aanvraag aan de voorschriften?

Beantwoordt de aanvraag aan de regels rond ontbossingen?

(1) toetsing aan de goede ruimtelijke ordening

De overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld met inachtneming van volgende beginselen:

        het aangevraagde wordt, voor zover noodzakelijk of relevant, beoordeeld aan de hand van aandachtspunten en criteria die betrekking hebben op de functionele inpasbaarheid, de mobiliteitsimpact, de schaal, het ruimtegebruik en de bouwdichtheid, visueel-vormelijke elementen, cultuurhistorische aspecten en het bodemreliëf, en op hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen, in het bijzonder met inachtneming van de doelstellingen van artikel 1.1.4;

        het vergunningverlenende bestuursorgaan houdt bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen;

        indien het aangevraagde gelegen is in een gebied dat geordend wordt door een ruimtelijk uitvoeringsplan, een gemeentelijk plan van aanleg of een verkavelingsvergunning waarvan niet op geldige wijze afgeweken wordt, en in zoverre dat plan of die vergunning voorschriften bevat die de aandachtspunten, vermeld in 1°, behandelen en regelen, worden deze voorschriften geacht de criteria van een goede ruimtelijke ordening weer te geven.

(1) decretale beoordelingselementen

4.3.5. Uitgeruste weg

4.3.6. Maximum volume bedrijfswoningen

4.3.7. Toegankelijkheid openbare wegen  en voor het publiek toegankelijke gebouwen

4.3.8. Rooilijn en reservatiestrook

(1) watertoets

. . .

(1) normen en percentages betreffende de verwezenlijking van een sociaal of bescheiden woonaanbod

. . .

advies en eventueel voorstel van voorwaarden

---> vervolg