Toelichting bij enkele begrippen uit het Subsidiebesluit voor strategische projecten 
van 5 oktober 2007
Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV)
In het RSV worden strategische projecten op verschillende plaatsen vernoemd. Zowel bij de component stedelijke gebieden (paragraaf 2.2), de in te zetten instrumenten (paragraaf 5.1) als bij de component buitengebied (paragraaf 8.5). Dit richtinggevend kader vormde de basis voor het besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 04.06.2004 houdende de erkenning en subsidiering strategische projecten in uitvoering van het RSV en het BVR 05.10.2007 dat nu van kracht is. 

< naar boven

Een strategisch project
“Een project, als vermeld in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, met een integrale en ruimtelijke invalshoek, dat tot doel heeft actief bij te dragen tot de versterking van de kwaliteit van de stedelijke structuur en/of de versterking van de kwaliteit en structuur van het buitengebied, en dat op korte of halflange termijn kan worden uitgevoerd”. (BVR 05.10.2007)
Op basis van ervaringen met eerdere strategische projecten wordt een trend op terrein waargenomen waarbij wordt vastgesteld dat een project minder één specifiek project is, in de laatste fase van realisatie, maar veeleer een combinatie wordt van verschillende deelprojecten binnen een bepaald gebied. Een project kan dus zowel een welomschreven (complexe) bouwopgave inhouden van één gebied als een verzameling van deelprojecten in een ruimer geheel. In dit geval is de taak van de projectcoördinator die van een ‘regiefunctie’, en zullen de deelprojecten in verschillende tijdspaden tot realisatie leiden. 

< naar boven

Integrale en ruimtelijke invalshoek
“Een strategisch project heeft een integraal karakter: het verenigt een aantal deelaspecten in een ruimtelijke, economische, ecologische en sociale benadering”. (BVR 05.10.2007)
Strategische projecten hebben een complex karakter waarbij meerdere ruimtelijke onderwerpen of thema’s aan bod moeten komen. Aanvragen die bijvoorbeeld slechts één sector aangaan (bijvoorbeeld de ontwikkeling van een bedrijventerrein, …) en waarvoor vanuit die bepaalde sector reeds geëigende instrumenten kunnen worden ingezet zullen met andere woorden minder positief beoordeeld worden dan aanvragen waarbij meerdere sectoren betrokken zijn. Het ruimtelijke karakter moet vooral blijken uit de wijze waarop die verschillende thema’s met elkaar in verband zijn gebracht of geïntegreerd. 

< naar boven

Stedelijke structuur en/of structuur van het buitengebied
In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wordt voor de ‘componenten’ stedelijke gebieden en buitengebied een specifiek ruimtelijk beleid voorgesteld. Voor de strategische projecten wordt dit onderscheid niet strikt aangehouden en kunnen ook de beide typen gebieden samen deel uitmaken van het project.

< naar boven

Dat op korte of halflange termijn kan worden uitgevoerd / uitvoeringsgerichtheid
Hoe concreter, hoe beter is het motto. De subsidies voor de strategische projecten hebben de bedoeling dat projecten die gedurende de planningsprocessen worden voorbereid ook effectief tot uitvoering worden gebracht. Bij de beoordeling van de aanvragen door de commissie zal de uitvoeringsgerichtheid één van de belangrijkste zaken zijn. Voor elk van de criteria zal dit aspect dan ook zwaar doorwegen. 
Volgende overwegingen kunnen bij de aanvraag hierbij in acht genomen:

  • Geen nieuwe studies maar integratie van de bestaande
  • Integratie van bestaande beleidskader (krachtlijnen)
  • Integratie van bestaande juridische context
  • Zicht op de mogelijk in te zetten instrumenten / middelen / grondbeleid
  • Aandacht voor de mogelijke ‘spin off’ van het project
  • Expliciete aandacht voor de gevoerde planningsprocessen en de benodigde bestemmingsplannen (cq relatie met ruimtelijke uitvoeringsplannen)

< naar boven

Motivatie waarom de subsidie wordt aangevraagd en waarom NU (onderscheid korte en halflange termijn)
Indien het strategisch project bestaat uit verschillende deelprojecten zal het belangrijk zijn aan te tonen hoe de realisatie van die afzonderlijke projecten vanwege de projectcoördinatie zal worden versneld. Omwille van een meer gecoördineerde aanpak van het strategisch project zal deze doelstelling een logisch gevolg moeten zijn van de gekozen aanpak. 

< naar boven

De projectcoördinator
“De projectcoördinator is een persoon of groep personen, aangesteld door een of meer betrokken actoren in de projectstructuur, met als taak de realisatie en uitwerking van een strategisch project te coördineren.” (BVR 05.10.2007)
Het nieuwe besluit legt, meer dan vroeger, de nadruk op de subsidiëring van de loon- en werkingskosten van een professionele projectcoördinatie. Dit kan gaan om één projectcoördinator of over een coördinator met een team. In het besluit wordt dit telkens ‘projectcoördinator’ genoemd. Belangrijk is dat de loonkosten mede gedragen worden door de projectstructuur (minimaal 20% van de loonkosten). Het totale bedrag van de subsidie voor personeels- en werkingskosten bedraagt 80% met een maximum van 100.000 euro op jaarbasis (inclusief BTW). 
Er wordt vanuit gegaan dat alle voor het gebied van het strategisch project betrokken gemeente(n) en provincie(s) in de projectstructuur deelnemen.


< naar boven

Personeelskosten 

  • in dienstverband
    • het brutoloon
    • de werkgeversbijdragen, zijnde wettelijk voorziene bijdragen
    • het vakantiegeld 
    • de eindejaarspremie
  • met aannemingscontract
    • de vergoeding voor persoonsgebonden prestaties zoals hierboven vermeld

< naar boven

Werkingskosten (eventueel in aanmerking te nemen)

  • huisvesting van de projectcoördinator
  • kantoorbenodigdheden en uitrusting van de projectcoördinator
  • communicatie-initiatieven van de projectcoördinator, gekopppeld aan het strategisch project
  • kosten verbonden aan het overleg door de projectcoördinator 
  • verplaatsingskosten
  • kosten sociaal secretariaat

Merk op;

  • Er wordt vermeld of de organisatie btw-plichtig is en de bedragen zijn inclusief btw.
  • Allerhande extralegale voordelen van de werkgever worden NIET bij de loonkosten noch bij de werkingskosten verrekend. (bv. bedrijfswagen, tankkaart, maaltijdcheques, opleidingen,…) en dienen door de werkgever zelf gedragen te worden.
  • Ook studiekosten zijn NIET subsidieerbaar.

< naar boven

Binnen de perken van de daartoe bestemde kredieten op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap
Het aantal aanvragen dat kan worden geselecteerd hangt uiteraard af van de beschikbare middelen. Voor de eerste oproep is het bedrag dat wordt gereserveerd voor de subsidies strategische projecten 2,5 miljoen euro. 

< naar boven

De aanvrager – publieke actor
Binnen de projectstructuur wordt één publieke actor aangeduid die optreedt als aanvrager en aanspreekpunt voor de financiële en administratieve aspecten van het strategisch project. De publieke actor is één van de volgende organisaties:

  • Een provincie;
  • Een gemeente;
  • Een verenigingen van gemeenten waaronder bijvoorbeeld ook een Regionaal landschap of een intercommunale;
  • Een openbare instelling die, of een orgaan dat, door de Vlaamse Regering gemachtigd is tot onteigening voor het algemeen belang waaronder bijvoorbeeld een autonoom gemeentebedrijf.

< naar boven

Een argumentatie over de mate waarin het strategische project voldoet aan de criteria, vermeld in artikel 5.
In het aanvraagformulier wordt aangegeven in welke mate de aanvraag voldoet aan elk van een zestal inhoudelijke criteria. Het kan zijn dat het betreffende project specifieke kenmerken heeft die meer voldoen aan één criterium dan aan een ander. Drie criteria (artikel 5, §1, 1°, 5° en 6°) zijn belangrijker dan de drie andere (artikel 5 §1, 2°, 3° en 4°)..

< naar boven

Een ruimtelijk planningsproces van Vlaams of provinciaal niveau
Een strategisch project dient gerelateerd te worden aan de gevoerde planningsprocessen. Dit kunnen sectorale processen zijn, bijvoorbeeld in het kader van waterbeheer, maar vooral is het strategisch project een gevolg van een ruimtelijk planningsproces van Vlaams of provinciaal niveau.

< naar boven

Voorbeelden van ruimtelijke planningsprocessen (lopende of afgelopen)

  1. Afbakening van stedelijke gebieden (groot-, regionaal- en kleinstedelijke gebieden).
  2. Afbakening gebieden van het buitengebied (natuurlijke, agrarische of landschappelijke structuur van Vlaams niveau).
  3. Uitwerking ontwikkelingsperspectief stedelijke en economische netwerken RSV en planningsprocessen voor de in de provinciale ruimtelijke structuurplannen benoemde deelruimten.

Wat kan er niet gesubsidieerd worden:

  • Lokale projecten : bijvoorbeeld een lokale stationsomgeving, ontwikkeling van een woonwijk, heraanleg van een dorpspark, enz….
  • Projecten die teveel geënt zijn op louter één specifiek beleidsveld zoals bijvoorbeeld een bedrijventerrein in een economisch knooppunt of voor lijninfrastructuur 
  • Projecten die hoofdzakelijk door andere instrumenten vanuit de andere beleidsvelden gesubsidieerd kunnen worden: verlaten bedrijventerreinen, ……..

< naar boven

Subsidie verwerving
De subsidie voor de verwerving van gronden of constructies maakt GEEN deel uit van een aanvraag. Deze subsidies kunnen immers enkel worden verleend aan strategische projecten die reeds een subsidie ontvangen voor de projectcoördinatie. Tijdens de duur van die subsidieperiode wordt in samenspraak nagegaan of een dergelijke aanvraag opportuun is.

< naar boven

De realisatie
De realisatie van een strategisch project heeft betrekking op daadwerkelijke veranderingen op het terrein ten gevolge van het project. De meerwaarde door de subsidie ten opzichte van het moment waarop het wordt aangevraagd, is hierbij belangrijk. Binnen de subsidieperiode van drie jaar zal op terrein dergelijke verandering moeten gegarandeerd zijn. 

< naar boven

Effectieve aanstelling van de projectcoördinator
Nadat een subsidie wordt toegekend ontvangt de aanvrager hiervan bericht. Vanaf dat moment kan de projectcoördinator effectief worden aangeworven. Op straffe van verval van de subsidie moet de aanwerving rond zijn binnen een periode van negen maanden. 

< naar boven

Autonomietoets (art.9)
De projectcoördinator, of de coördinator met een team, moet voldoende autonomie hebben. Het moet duidelijk zijn de coördinator voltijds voor het strategisch project werkt en in alle onafhankelijkheid en objectiviteit optreedt voor alle in de projectstructuur betrokken actoren. 
Nadat een project wordt geselecteerd voorziet het besluit een periode van negen maanden voor de effectieve aanwerving. 
Voorafgaand aan de effectieve aanstelling van de projectcoördinator vraagt de aanvrager in die periode het standpunt van het departement RWO over de garanties op een voldoende autonomie van de projectcoördinator. 
Het moet duidelijk blijken dat de projectcoördinator of de persoon die de leiding heeft over de groep personen die als projectcoördinator optreedt, voltijds voor het strategische project zal werken, en optreedt voor alle in de projectstructuur betrokken actoren, en dus niet vanuit één bepaalde actor optreedt.
In geval van aanneming, detachering of vrijstelling moet wat dat betreft blijken dat hij of zij niet langer onder het inhoudelijke gezag staat van de werkgever waarvoor hij tot dan toe werkte. De projectcoördinator of de persoon die de leiding heeft over de groep personen die als projectcoördinator optreedt, mag geen vennoot zijn van of financiële belangen hebben bij de werking van een van de in de projectstructuur betrokken actoren of van een andere rechtspersoon die betrokken is bij de realisatie van het strategische project.

De aanvrager kan een en ander staven met een ontwerp van arbeidscontract of aannemingscontract, of met uittreksels daarvan, of met andere documenten.

< naar boven

Procedure van de aanvraag

  1. Indiening van de aanvragen tot 01 april 2009
  2. Beoordeling door commissie 
  3. Selectie en beslissing door de minister bevoegd voor ruimtelijke ordening 
  4. Schriftelijk berichtgeving aan alle aanvragers 
  5. Starten van de geselecteerde projecten 

< naar boven

Een subsidieaanvraag bevat / een subsidieaanvraag moet worden ondertekend
De aanvraag, met alle mogelijke bijlagen, wordt bij voorkeur ook digitaal overgemaakt (via mail of CD-ROM). Voor zover dit niet mogelijk is dient enkel een papieren versie te worden overgemaakt.
Iedere aanvraag moet echter ook ondertekend worden. Het volstaat om hiervoor een afdruk van het formulier te gebruiken. Enkel het laatste blad moet ondertekend zijn.

De aanvraag wordt aangetekend verstuurd naar of tegen ontvangstbewijs afgegeven bij het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed – Afdeling Ruimtelijke Planning, Koning Albert II-laan 19 bus 11, 1210 BRUSSEL.

< naar boven

Opgeheven besluiten

  1. Het besluit van de Vlaamse regering van 04 juni 2004 houdende de voorwaarden voor de “erkenning en subsidiëring van strategische projecten in het kader van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen”. 
  2. Het besluit van de Vlaamse regering van 24 juli 1996 houdende de “tegemoetkoming van het Vlaamse Gewest voor maatregelen in het kader van het grond- en pandenbeleid”, beperkt gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 14 december 2001.

< naar boven

 


Deze oproep is een initiatief van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed van de Vlaamse overheid