U bent hier: Vlaanderen.be Landbouw en Visserij Premies & subsidies Investeringssteun


punt

Investeringssteun

Vlaams Landbouwinvesteringsfonds - VLIF

Steun voor vestiging en investeringen / Startsteun voor groeperingen

Inleiding
Algemene voorwaarden voor het verkrijgen van steun
Vormen van steun
Steun aan de vestiging
Steun aan de investeringen
Steun aan sociale instellingen en consumentencoöperaties
Steun aan nieuwe groeperingen
Aanvragen van VLIF-steun

Vormen van steun

Er is zowel steun voor verrichtingen gefinancierd met leningen als voor verrichtingen gefinancierd met eigen middelen. De vorm van de steun is verschillend naargelang het een investering (bouwen, verbouwen en uitrusten bedrijfsgebouwen, aankoop machines,….) of vestiging (overname bedrijfsbekleding) betreft waarvoor steun gevraagd wordt.

Investeringssteun wordt toegekend onder de vorm van een rentesubsidie aangevuld met een investeringspremie als er voor de investering een krediet afgesloten wordt. Wanneer de investering volledig gefinancierd wordt met eigen middelen wordt de steun uitsluitend verleend onder de vorm van een premie.

Op de eerste 50.000 € vestigingskosten wordt de vestigingssteun altijd toegekend onder de vorm van een vestigingspremie en vervolgens onder vorm van een rentesubsidie voor zover er voor de bijkomende kosten een lening afgesloten wordt.

Daarnaast kan het VLIF waarborg verlenen op kredieten die van rentesubsidie genieten.

Rentesubsidie

Bij een rentesubsidie betaalt het VLIF jaarlijks en gedurende een vooraf bepaalde duur op een vastgesteld bedrag een gedeelte van de rentelast.

De rentesubsidie bedraagt maximaal 4 % of 3 % naargelang de aard van de inves­teringen. De duur ervan is eveneens afhankelijk van de aard van de investering en varieert tussen 5 jaar tot 15 jaar.

Het bedrag waarop steun verleend wordt, is maximaal het netto investeringsbedrag. Aangezien er maximum subsidiabele bedragen bestaan per VAK en per bedrijf (tot einde 2006), per bedrijfsleider (vanaf 2007) of per type van investering is het gesubsidieerde bedrag soms lager dan het netto investeringsbedrag.

Kapitaalpremies

Wanneer de investeringen gefinancierd worden met krediet wordt aanvullend bij de rentesubsidie steeds een kapitaalpremie toegekend omdat een bepaald steunvolume (gaande van 10 tot 40 %) nooit exact met rentesubsidie kan uitgeput worden.

Wanneer de investeringen volledig gefinancierd worden met eigen middelen wordt de steun integraal onder vorm van een kapitaalpremie toegekend.

Vestigingssteun wordt altijd eerst toegekend onder vorm van een vestigingspremie naar rato van 50 % steun op de eerste 50.000 € subsidiabele vestigingskosten.

De kapitaalpremies worden in twee gelijke delen uitbetaald. De betaling van de eerste helft volgt op de controle van de investerings- en betalingsbewijzen. De betaling van de tweede helft gebeurt 1 jaar na de eerste betaling. Een premie kleiner dan 1.000 € wordt in één maal uitbetaald.

Waarborg

Wanneer rentesubsidie verleend wordt, kan de bank voor de kredieten een aanvul­lende borgstelling krijgen van het VLIF. Dit betekent dat eerst de zekerheden van de kredietnemer maximaal uitgeput worden. Voor deze borgstelling moet een bijdrage betaald worden (orde 0,5 % van het gewaarborgde bedrag).

Volgende pagina: Steun aan de vestiging

 

Contactgegevens Buitendiensten VLIF

Laatste update: november 2006