U bent hier: Vlaanderen.be Landbouw en Visserij Premies & subsidies Investeringssteun


punt

Investeringssteun

Vlaams Landbouwinvesteringsfonds - VLIF

Steun voor vestiging en investeringen / Startsteun voor groeperingen

Inleiding
Algemene voorwaarden voor het verkrijgen van steun
Vormen van steun
Steun aan de vestiging
Steun aan de investeringen
Steun aan sociale instellingen en consumentencoöperaties
Steun aan nieuwe groeperingen
Aanvragen van VLIF-steun

Algemene voorwaarden voor het verkrijgen van steun

De Vlaamse overheid geeft financiële steun aan land- en tuinbouwers die investeren in een aangepaste bedrijfsstructuur. Het doel is rendabele en compe­titieve bedrijven te creëren. Er ontstaan voortdurend nieuwe noden inzake inves­teringen ten gevolge van ontwikkelingen op het vlak van leefmilieu en dierenwelzijn, de technologie in de sector, de energiemarkt, de commercialisatie- en distributie­structuren voor land- en tuinbouwproducten, het vrijer en ruimer worden van de markt, de heroriëntatie van het EU-landbouwbeleid e.a.

Vandaar de noodzaak om constant de situatie van het bedrijf te evalueren en op de gepaste tijdstippen de bedrijfsstructuur aan te passen aan de gewijzigde omstandig­heden.

Om VLIF-steun te verkrijgen moeten vooreerst een aantal algemene voorwaar­den gerespecteerd worden. Hierna volgt een overzicht.

Landbouwer zijn

Zowel landbouwers in hoofdberoep als landbouwers in bijberoep krijgen steun.

De landbouwer is een natuurlijke persoon of een vennootschap.

De natuurlijke persoon moet meer dan 50 % van zijn totale arbeidsduur besteden aan de werkzaamheden op het landbouwbedrijf en uit die activiteit meer dan 35 % van zijn totale netto belastbare inkomen halen.

De rechtspersoon moet een landbouwvennootschap zijn of een vennootschap die aan volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:

  • de vorm bebben van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een naamloze vennootschap, een coöperatieve vennootschap, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap op aandelen of een gewone com­manditaire vennootschap;
  • hoofdzakelijk de exploitatie van een landbouwbedrijf en de verhandeling van de voortgebrachte productie als doel hebben;
  • opgericht zijn voor onbepaalde duur of voor minstens 20 jaar;
  • de aandelen zijn op naam en zijn voor minstens 51 % in handen van de zaak­voerders, de bestuurders of de gedelegeerde bestuurders die meer dan 50 % van hun arbeidstijd besteden aan landbouwactiviteiten in de vennootschap en meer dan 35 % van hun netto belastbare inkomen uit die activiteit halen;
  • de zaakvoerders, de bestuurders of de gedelegeerde bestuurders zijn onder de vennoten aangewezen.

Ook sociale instellingen en consumentencoöperaties met een land- of tuinbouw­bedrijf kunnen zich onder bepaalde voorwaarden rangschikken als landbouwer.

De arbeidsbehoefte op het bedrijf bedraagt minimaal 0,5 en maximaal 10 volle arbeidskrachten (VAK) per bedrijfsleider. Op 1 januari 2007 wordt de norm van 10 VAK afgeschaft. Eén VAK komt overeen met een arbeidsprestatie van 1800 uren per jaar. Wie zich wil rangschikken als landbouwer kan hoogstens een halftijdse betrekking buiten het landbouwbedrijf hebben.

De landbouwer is bekend bij het Bestuur der Directe Belastingen van het Ministerie van Financiën met beroepsinkomsten uit zijn of haar landbouwactiviteiten. Hij of zij is ook aangesloten bij een sociale kas voor zelfstandigen en betaalt bijdragen aan het sociale zekerheidsstelsel van de zelfstandigen op basis van eigen beroepsinkomsten.

Beroepsbekwaam zijn

Bij een vestiging als landbouwer wordt de beroepsbekwaamheid aangetoond door:

  • een diploma van een basisopleiding landbouw of aanverwant op het niveau hoger secundair, hoger niet-universitair of universitair onderwijs;
  • een installatieattest en minstens 2 jaar ervaring;
  • een diploma van een basisopleiding die door de minister bevoegd voor het landbouwbeleid als gelijkwaardig met één van bovenvermelde niveaus wordt erkend aangevuld met 2 jaar ervaring.

Bij investeringen door gevestigde landbouwers die bovenvermelde vorming niet hebben, wordt de beroepsbekwaamheid aangetoond door:

  • een diploma van een basisopleiding anders dan landbouw of aanverwant op het niveau hoger secundair, hoger niet-universitair of universitair onderwijs en ten minste 2 jaar ervaring;
  • een diploma van een basisopleiding aangevuld met ervaring die door de minister bevoegd voor het landbouwbeleid als gelijkwaardig met bovenvermeld niveau wordt erkend.
  • 3 jaar ervaring en een naschoolse landbouwopleiding van minimum 100 uren;
  • 10 jaar ervaring.

Bij de beoordeling van de ervaring wordt ervaring op een leeftijd van minder dan 16 jaar, als hobbylandbouwer of als gelegenheidsarbeidskracht niet aanvaard.

Levensvatbaar bedrijf

Er kan alleen steun verkregen worden als het bedrijf levensvatbaar is. Dit wordt aangetoond met een berekening van het arbeidsinkomen (AI) per VAK. Het AI per VAK moet groter zijn dan het referentie-inkomen. Dit wordt jaarlijks vastgesteld en het bedraagt 23.000 € per VAK in 2006.

Omdat de minimale arbeidsbehoefte 0,5 VAK bedraagt, moet het landbouwbedrijf minstens aan volgende voorwaarden voldoen om steun te kunnen krijgen:

  • minimaal een arbeidsprestatie van 900 uren per jaar (een halve VAK) vereisen;
  • een arbeidsinkomen uit de activiteiten op het bedrijf opleveren dat minstens de helft van het referentie-inkomen bedraagt (11.500 € in 2006).

Vergunningen in orde en respect voor minimumnormen

Er kan alleen steun verkregen worden wanneer de aanvrager beschikt over de vergunningen (stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning, vergunning waterwinning e.a.) die noodzakelijk zijn voor de exploitatie van het bedrijf.

Bij het oprichten van bedrijfsgebouwen moeten de werken en de uiteindelijke bestemming in overeenstemming zijn met de stedenbouwkundige vergunning.

De milieuvergunning moet in alle omstandigheden gerespecteerd worden, ongeacht de aard van de verrichting waarvoor de steun aangevraagd wordt.

Indien er voor de beoefende activiteiten wettelijke verplichtingen zijn op het vlak van dierenwelzijn (huisvestingsvereisten e.a.) of hygiëne (sanitair attest e.a.) moeten ze gerespecteerd worden.

Boekhouding bijhouden

Het bijhouden van bedrijfseconomische boekhouding gedurende de ganse duur van de steun is verplicht. In geval van rentesubsidie en waarborg moet de boekhouding bijge­houden worden tot zolang er een of andere vorm van steun loopt en steeds minimum 5 jaar. Indien alleen kapitaalpremie uitbetaald werd moet gedurende 5 jaar boekhouding bijgehouden worden.

De bedrijfseconomische boekhouding kan vervangen worden door een vereen­voudigde boekhouding voor steunbedragen kleiner dan 1.250 € of door fiscale boekhouding bij sterk gespecialiseerde bedrijven. De schriftelijke vraag om de fiscale boekhouding te aanvaarden in plaats van de bedrijfs­economische wordt gericht aan de VLIF-hoofddienst en omstandig gemotiveerd.

Minimum bedrag van de investering en het krediet

Het minimumbedrag van de investering die geheel of gedeeltelijk met een lening gefinancierd wordt, is vastgesteld op 12.500 €. In de andere gevallen wordt het minimumbedrag van de investering vastgesteld op de helft van dit bedrag. Er wordt geoordeeld op basis van het netto-investeringsbedrag.

De omvang van het minimum kredietbedrag is niet bepaald.

Ligging van het bedrijf / domiciliëring

Voor de aankoop van bedrijfsgebouwen en het uitvoeren van werken in onroerende staat op het grondgebied van het Vlaamse Gewest wordt de aanvraag ingeleid bij dit Gewest ook wanneer de hoofdzetel van het bedrijf gelegen is in een ander Gewest. Bij het verwerven van dieren, machines en materieel, planten, fruitaanplantingen, vruchten te velde, voorraden en navetten wordt de aanvraag ingediend bij het Vlaamse Gewest als de hoofdzetel van de exploitatie in dit Gewest gelegen is.

De hoofdzetel van het bedrijf en de maatschappelijke zetel van de vennootschap moeten steeds in België gelegen zijn.

De landbouwers of de beherende vennoten, zaakvoerders, bestuurders of gedele­geerde bestuurders van de vennootschap moeten in België gedomicilieerd zijn.

Volgende pagina: Vormen van steun

 

Contactgegevens Buitendiensten VLIF

Laatste update: november 2006