U bent hier: Vlaanderen.be Landbouw en Visserij Premies & subsidies


punt

Premies, subsidies & investeringssteun

Subsidie voor de biologische productiemethode

Op deze pagina: Voorwaarden - Subsidie - Contactgegevens

In België geldt sinds 1994 een systeem waarbij Belgische landbouwers en tuinders, die de biologische productiemethode invoeren of verder toepassen en een aanvraag voor de biologische productiemethode indienen, rechtstreeks kunnen worden gesubsidieerd middels hectaresteun. Deze subsidie wordt toegekend voor verbintenisperiodes van 5 jaar. Vanaf het 6 de jaar en voor zover de reglementering het op dat ogenblik toelaat, kan een nieuwe verbintenis voor 5 jaar gesloten worden

De perceelsaangifte, het aangeven van een nieuwe verbintenis en de betalingsaanvraag voor de subsidie voor de biologische productiemethode dienen te gebeuren via de verzamelaanvraag. (Dit is de verzamelaanvraag voor het verkrijgen van de bedrijfstoeslag, voor de agromilieumaatregelen/beheersovereenkomsten en voor de mestbankaangifte)
De verzamelaanvraag kan ook online ingediend worden via het e-loket;
Externe internet-website website (nieuw venster): www.landbouwvlaanderen.be

De land- of tuinbouwer doet de jaarlijkse aangifte van de percelen biologische productiemethode via de verzamelaanvraag en volgens de richtlijnen en toelichtingen bij de verzamelaanvraag. De verzamelaanvraag geldt tegelijkertijd als aanvraag tot uitbetaling. De formulieren met bijhorende toelichtingsbrochure worden verstuurd door het Agentschap voor Landbouw en Visserij.

Voorwaarden

De landbouwer-aanvrager van deze subsidie moet voldoen aan volgende voorwaarden om in aanmerking te komen voor de subsidie voor de biologische productiemethode:

  • de biologische productiemethode vijf opeenvolgende jaren vanaf de start van de verbintenis toe te passen op de percelen die het voorwerp uitmaken van zijn verbintenis (dit zijn de percelen aangegeven in het eerste jaar van zijn verbintenis);
  • jaarlijks zijn verzamelaanvraag in te dienen bij het Agentschap voor Landbouw en Visserij, afdeling MIB volgens de bij de verzamelaanvraag horende richtlijnen;
  • de percelen die het voorwerp uitmaken van zijn verbintenis gedurende de gehele looptijd van de verbintenis in eigen gebruik te hebben;
  • de percelen die het voorwerp uitmaken van zijn verbintenis te beheren overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen;
  • de naleving van voornoemde Verordening (EG) nr. 2092/91 op de percelen die het voorwerp uitmaken van zijn verbintenis jaarlijks te laten controleren door een controleorgaan dat erkend is door de Vlaamse overheid. Momenteel zijn er twee controleorganen erkend door de Vlaamse overheid:

  • het niet-naleven van de verbintenis (voor bepaalde percelen) heeft de terugbetaling van de subsidie bekomen vanaf het beginjaar (voor de betrokken percelen) tot gevolg, behoudens overmacht, uitzonderlijke omstandigheden of (gedeeltelijke) overdracht van de verbintenis;
  • bij verhoging van zijn bedrijfsoppervlakte, waarbij de bijkomende oppervlakte kleiner is dan 2 ha en kleiner dan 50% van de oorspronkelijke totale oppervlakte, kan de landbouwer-aanvrager de bijkomende percelen laten opnemen in zijn lopende verbintenis door ze aan te geven in de verzamelaanvraag. Bij een grotere bijkomende oppervlakte kan hij een nieuwe PDPO II-verbintenis sluiten voor de bijkomende percelen.
  • De landbouwer dient onmiddellijk en te allen tijde alle eventuele wijzigingen van de percelen en van hun bestemming mee te delen aan de buitendienst van het Agentschap voor Landbouw en Visserij, afdeling MIB. Die wijzigingen moeten via het wijzigingsformulier in bijlage 11 van de toelichtingsnota doorgegeven worden vóór de datum van zaaien of planten van de teelt waarvoor de landbouwer de subsidie voor de biologische productiemethode aanvraagt, en alleszins vóór 31 mei.

Subsidie

PDPO I – verbintenissen (startjaren 2004, 2005 of 2006)

  • U bent een verbintenis aangegaan voor biologische productiemethode in 2004, 2005 of 2006. U kreeg een verzamelaanvraag toegestuurd waarop deze verbintenis werd voorgedrukt in rubriek 1.2.
  • De subsidiebedragen voor de biologische productiemethode zijn afhankelijk van de teelt en het aantal jaren sinds het begin van de omschakeling naar de biologische productiemethode (zie tabel 2). De omschakeling dient gestart te zijn en aangemeld te zijn bij een erkend controleorgaan ten laatste op 30 april van het betrokken jaar om in aanmerking genomen te worden als eerste jaar.
  • De subsidie kan niet worden toegekend als de fruitopbrengst van hoogstammige fruitbomen die meer dan vijf jaar geleden werden aangeplant niet wordt gecommercialiseerd.
  • Voor begraasde percelen (eigen dieren) met natuurlijke begroeiing wordt de subsidie voor grasland toegekend indien er een gemiddelde veebezetting is van minimum 1,6 grootvee-eenheden (GVE) per ha. Indien de veebezetting kleiner is dan 1,6 GVE/ha, wordt deze subsidie verhoudingsgewijs verminderd.
  • Een subsidieaanvraag voor de biologische productiemethode kan op éénzelfde perceel niet gecombineerd worden met een subsidieaanvraag voor mechanische onkruidbestrijding.
  • Lopende verbintenissen voor de biologische productiemethode zijn onderhevig aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 3 oktober 2003 betreffende de toekenning van subsidies voor het toepassen van de biologische productiemethode met toepassing van het Vlaamse programma voor Plattelandsontwikkeling.
Tabel 1: Subsidiebedragen voor de biologische productiemethode voor lopende PDPO I - volgens jaar na het begin van de omschakeling
Subsidiebedrag per teeltgroep (euro/ha)
1ste jaar
2de jaar
3de jaar
4de jaar
5de jaar
6de jaar + volgende
Eenjarige akkerbouw- en ruwvoederteelten
600
600
600
240
240
240
Grasland, natuurlijke begroeiing
450
450
250
55
55
55
Eenjarige groenteteelten (≤ 2,50 ha)
990
990
900
750
750
495
Eenjarige groenteteelten (> 2,50 ha)
990
990
870
620
620
380
Beschutte teelten
1.750
1.550
990
990
990
790
Meerjarige groente- en fruitteelten
900
900
900
620
620
555

PDPO II - verbintenissen (startjaren 2007 of 2008)

  • U kan een nieuwe verbintenis aangaan voor biologische productiemethode via de verzamelaanvraag
  • De subsidiebedragen voor PDPO II-verbintenissen die worden gestart vanaf 2007 zijn verschillend van de lopende PDPO I-verbintenissen. De voorgestelde subsidiebedragen zijn afhankelijk van de teelt en het aantal jaren sinds het begin van de omschakeling naar de biologische productiemethode (zie tabel 2). De omschakeling moet gestart zijn en aangemeld zijn bij een erkend controleorgaan ten laatste op 30 april van het betrokken jaar om in aanmerking genomen te worden als eerste jaar.
  • De subsidie kan niet worden toegekend als de fruit-opbrengst van hoogstammige fruitbomen die meer dan vijf jaar geleden werden aangeplant, niet wordt gecommercialiseerd.
  • Een nieuwe verbintenis voor de biologische productiemethode kan gecombineerd worden met een lopende verbintenis voor de biologische productiemethode (PDPO I), zij het niet op éénzelfde perceel.
Tabel 2: Subsidiebedragen voor de biologische productiemethode voor PDPO II
subsidiebedrag per teeltgroep(euro/ha) omschakeling (1) bio (2) bio 5+ (3)
Eenjarige akkerbouw- en ruwvoederteelten
600
360
240
Grasland
450
150
120
Eenjarige groenteteelten (≤ 2,50 ha)
1.000
800
495
Eenjarige groenteteelten (> 2,50 ha)
1.000
700
380
Beschutte teelten
1.650
990
790
Meerjarige groente- en fruitteelten
900
620
555

(1) eerste twee jaren na start omschakeling, drie jaren voor meerjarige fruitteelten.
(2) derde, vierde en vijfde jaar na omschakeling, vierde en vijfde jaar voor meerjarige fruitteelten.
(3) zesde en volgende jaren na omschakeling.

Voor bijkomende informatie over de subsidiemaatregel biologische productiemethode kan u zich richten tot uw buitendienst van het Agentschap voor Landbouw en Visserij, Afdeling Markt – en Inkomensbeheer.

 

Laatste update: november 2007