![]() |
|
||||||||
| Vlaanderen.be > | |
|
Een vlotte personeelsmigratie Op 28 oktober 2005 nam de Vlaamse Regering een aantal beslissingen over de organisatie van de personeelsmigratie in het kader van BBB. Er werd on der andere een task force "personeelsmigratie BBB" opgericht, waaraan de personeelsdiensten van de diensten van de Vlaamse Regering en een vertegenwoordiging van de personeelsdiensten van de VOI's deelnamen. De task force maakte een inventaris van vragen en van antwoorden of adviezen met betrekking tot de concrete ondersteuning van de personeelsmigratie binnen en tussen de nieuwe beleidsdomeinen. Dit liet toe om een aantal generieke principes vast te leggen en afspraken te maken, die moeten toelaten om de personeelsmigratie op een uniforme en vlotte manier voor te bereiden en te ondersteunen. Voor vragen hierover kan u terecht bij:
Hierna vindt u een een overzicht van deze vragen en antwoorden (stand van zaken op 8 februari 2006). Het overzicht begint met de vier hoofdcategorieën.
Migratie algemeen Hoe gebeurt de juridische migratie van personeel? Moeten er hiervoor individuele of collectieve migratiebesluiten opgesteld worden? Neen. Bij de opstelling van het migratiebesluit is het nooit de bedoeling geweest dat er nominatieve overdrachtsbesluiten via de Vlaamse Regering zouden passeren. Voor de overdracht van personeelsleden van AWZ naar de EVA’s De Scheepvaart en Zeekanaal en Waterwegen (eind 2005) is daar een uitzondering op gemaakt, omdat men via een apart besluit gewerkt heeft dat het migratiebesluit enerzijds overnam en anderzijds aanvulde met een aantal overdrachtsbepalingen van goederen. In dat geval werd er inderdaad een nominatieve lijst aan toegevoegd, omdat het besluit ook vroeger dan BBB diende in werking te treden. De hoofden van de departementen,agentschappen of adviesraden zullen
ten aanzien van de personeelsleden in hun nieuwe entiteit – als
sluitstuk van het migratiebesluit – een besluit nemen houdende
dienstaanwijzing bij hun entiteit, dat de personeelsoverdrachten concretiseert
(dus na overleg over betwiste gevallen e.d.), zodat er geen nominatieve
lijsten via de Vlaamse Regering moeten passeren.
Er worden geen beperkingen opgelegd, met uitzondering van de opstart van nieuwe procedures voor afdelingshoofd:
Wat is de stand van zaken betreffende het herplaatsingsorgaan? Het ad hoc-herplaatsingsorgaan wordt voorgezeten door de minister bevoegd voor het algemeen beleid inzake personeel en organisatieontwikkeling of zijn gemachtigde en is samengesteld uit minstens één afgevaardigde per beleidsdomein. Er is niet (langer) bepaald dat dit het hoofd van het departement of een agentschap moet zijn. Dit wordt dus vrijgelaten. De concrete operationalisering van het herplaatsingsorgaan wordt momenteel
uitgewerkt. Hoe gebeurt de migratie van personeelsleden die opdrachthouder zijn? Op de opdrachthouders wordt het migratiebesluit toegepast, m.n. het betrokken personeelslid volgt de taak. Hij/zij wordt geaffecteerd bij de nieuwe entiteit; zijn/haar personeelsdossier wordt ook door de personeelsdienst van de nieuwe entiteit beheerd. Wanneer hij/zij het mandaat van opdrachthouder beëindigt, moet er een nieuwe gepaste betrekking gezocht worden, eventueel via herplaatsing; hij/zij behoudt m.a.w. niet zijn/haar oude “stoel” in de entiteit van oorsprong (cf. beslissing PIWP 17 januari 2002). Wat met de migratie van personeelsleden die preventieadviseur zijn? Er ligt momenteel een nota voor op het kabinet Bestuurszaken, waarin wordt voorgesteld om de preventieadviseurs aan te stellen met dienstaanwijzing bij het departement Bestuurszaken en om hen – bij de beëindiging van hun aanstelling – in herplaatsing te zetten. Hierover is nog geen definitieve uitspraak gedaan. Tot die tijd geldt het principe van het migratiebesluit, m.n. personeelslid volgt taak. Wat met de migratie van personeelsleden die op dit ogenblik in herplaatsing zitten (in het kader van Werk-Wijzer)? Personeelsleden die zich op het ogenblik van de migratie in herplaatsing bevinden, volgen het principe van het migratiebesluit en blijven geaffecteerd bij de entiteit van oorsprong. Wat met de migratie van een personeelslid dat twee afwezige personeelsleden vervangt? Voor deze personeelsleden moeten de nodige afspraken gemaakt worden tussen de hoofden van de betrokken departementen en/of agentschappen. Welke loonkost moet worden overgedragen in het geval van een migratie van een personeelslid met deeltijdse loopbaanonderbreking? Dit moet worden afgesproken tussen de hoofden van de betrokken departementen en/of agentschappen. Op welke manier wordt omgegaan met de overdracht van personeelsleden uit entiteiten die maaltijdcheques krijgen? De volgende scenario’s zijn mogelijk:
In het Sectorcomité XVIII is afgesproken dat de problematiek
van behoud/verlies van maaltijdcheques zal geduid worden zodra er effectief
zicht is op de migratie van/naar de betrokken entiteiten. Wat met overdracht van personeelsleden uit de private sector (bijvoorbeeld vzw Vlaamse Zorgkas)? Deze personeelsleden worden aangeworven binnen een ministerie, krijgen een nieuw contract en worden als nieuwe personeelsleden geregistreerd in het personeelsbeheerssysteem van hun nieuwe entiteit. Deze personeelsleden vallen onder de toepassing van de gecoördineerde wetten op de jaarlijkse vakantie en niet onder onze regeling van vakantiegeld. Tenzij in het betreffende decreet inzake de 'overdracht' van personeel vanuit een private instelling een speciale bepaling wordt opgenomen, moet deze instelling bij de uitdiensttreding van de betreffende personeelsleden dubbel vakantiegeld en enkel vakantiegeld (vooruit) betalen. Vanaf de datum van overdracht vallen zij onder onze vakantieregeling en wordt het loon voor de vakantiedagen 2006 sowieso betaald. Wat indien dergelijke personeelsleden momenteel genieten van bijv. een ouderschapsverlof onder de vorm van loopbaanonderbreking met een vermindering van 20%? Het VPS, stambesluit VOI's en PSWI en het raamstatuut voorzien deze mogelijkheid niet. Hiervoor kan men zich baseren op artikel X87 van het raamstatuut:"Het personeelslid aan wie een verlof was toegestaan overeenkomstig de reglementering van kracht vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, geniet dit verlof tot het einde van de periode waarvoor het was toegestaan zonder het te kunnen verlengen overeenkomstig de oude reglementering." Deze bepaling laat toe om het betrokken verlofstelsel van de betrokken personeelsleden te laten doorlopen na de migratie, tot het einde van de periode waarvoor het was toegestaan. Aan de beheerder van het betrokken personeelsbeheerssysteem (Vlimpers of andere) wordt gevraagd om de nodige bijkomende codes aan te maken, zodat een correcte registratie en verloning gegarandeerd kan worden. Er vond al een overleg plaats met de federale administratie der Pensioenen. Vanuit de afdeling Statutaire Aangelegenheden zal op generieke basis gezorgd worden voor de aansluiting bij de pool der parastatalen voor alle agentschappen met rechtspersoonlijkheid en strategische adviesraden, via een machtigingsbesluit van de Vlaamse Regering en een vraag aan de federale overheid tot onderwerping via een KB; dit zal fasegewijs gebeuren. Elke entiteit moet zelf instaan voor de aansluiting bij de RSZ en
voor de aansluiting bij de fiscus (ondernemingsnummer). Hierover zal
een toelichting gegeven worden aan de personeelsdiensten die hiermee
geconfronteerd worden. Deze kwestie vloeit voor de aparte rechtspersonen voort uit de wetgeving op de arbeidsongevallen. De regeling voor het ministerie bestaat erin dat zij de kinderbijslag zelf betaalt. Er kan ook beslist worden om zich aan te sluiten bij bijv. de Rijksdienst voor Kinderbijslag (RKW) of een kinderbijslagfonds. Het onderzoek terzake loopt nog. Vanuit de afdeling Statutaire Aangelegenheden zal op generieke basis gezorgd worden voor het toepasbaar maken van de wet van 3 juli 1967 voor alle agentschappen met rechtspersoonlijkheid en strategische adviesraden, via een vraag aan de federale overheid tot opname via een KB. Behouden contractuelen in het kader van bijkomende en specifieke opdrachten met in de arbeidsovereenkomst een salarisschaal toegekend op het niveau A2, die ingevolge het migratiebesluit worden overgedragen naar een nieuwe juridische entiteit en dus ook een nieuwe arbeidsovereenkomst zullen krijgen, de salarisschaal? Overeenkomstig art. 8§3 van het migratiebesluit van 20 mei 2005 behouden de gemigreerde personeelsleden hun functionele of geldelijke loopbaan en het salaris en de salarisschaal waarop ze recht hadden volgens de bestaande reglementering op het ogenblik van hun overdracht. Toewijzing van personeelsleden uit AAD’s die uitgesplitst worden over verschillende beleidsdomeinen Concreet voorbeeld: personeelsleden van een AAD die als taak de loonadministratie hebben kunnen naar 3 verschillende beleidsdomeinen gaan. Vraag: op welke basis gaat men deze personeelsleden toewijzen aan beleidsdomein X, Y of Z? In het migratiebesluit is dergelijke situatie niet voorzien. Hoe gaat men dat concreet aanpakken met de betrokken personeelsleden? Deze vraag werd op 13 december jl. via schriftelijke procedure gesteld aan de afdelingshoofden van de AAD’s van het MVG. De volgende drie antwoorden werden ontvangen:
Wat met de migratie van langdurig afwezige personeelsleden (bijv. personeelsleden die gedetacheerd zijn naar een vakbond of die een verlof voor opdracht van algemeen belang genieten)? Deze personeelsleden worden toegewezen aan het beleidsdomein/entiteit waarnaar ze zouden migreren indien ze niet langdurig afwezig zouden zijn.
Overdracht personeelsdossiers Hoe wordt omgegaan met het personeelsdossier van een migrerend personeelslid, dat onderworpen is aan loonbeslag? De geschillendossiers worden – voor wat de Diensten van de Vlaamse Regering betreft – behandeld door de cel Geschillen van ABAFIM. De personeelsdiensten zijn daar niet rechtstreeks bij betrokken. Bij de EVA’s of IVA’s rp kan het echter zijn dat hun personeelsdienst deze geschillendossiers wel zelf behandelt. In het geval van een migratie van een personeelslid naar een EVA of IVA rp moet het geschillendossier van het betrokken personeelslid mee overgeheveld worden naar de personeelsdienst van de EVA of IVA rp. Door de centrale cel Geschillen werd in dit verband een voorstel van
aanpak uitgewerkt dat aan alle personeelsdiensten en aan de vertegenwoordiging
van de VOI’s werd bezorgd tijdens de vergadering van de task force
personeelsmigratie BBB van 8 december 2005. De leden van de task force
gingen akkoord met het voorstel, dat hen in staat stelt om terzake de
nodige maatregelen te nemen en de nodige afspraken met de centrale cel
Geschillen te maken. Wat met de aanpak van inhoudingen op het loon van personeelsleden die migreren naar een andere rechtspersoon? De personeelsdiensten doen soms inhoudingen op het loon van een personeelslid, vb. wegens te veel betaald. De recuperatie wordt doorgaans gespreid over meerdere maanden (uiteraard met akkoord van het betrokken personeelslid en rekening houdend met de maxima uit de loonbeschermingswet). In dat kader worden vaak afbetalingsplannen afgesproken. In geval van migratie naar een andere entiteit, a fortiori naar een andere rechtspersoon, meent de task force dat het de voorkeur verdient dat de entiteit van oorsprong de recuperatie volledig afwerkt (= eenvoudiger dan het dossier door te geven; bovendien is het evident dat de recuperatie van te veel betaald ten goede komt van de entiteit die te veel betaalde). Deze regeling zal wellicht betrekking hebben op een relatief klein
aantal personeelsleden. Ingeval van een interne migratiebeweging met wijziging van juridische entiteit, kan het geval zich voor doen dat betrokken personeelslid een ziekte heeft die het jaareinde overlapt. In Vlimpers moet een nieuwe arbeidsrelatie ingevoerd worden. De oude arbeidsrelatie zal worden afgesloten met een “uit dienst”. Moet Vlimpers deze ziekte in zijn globaliteit benaderen (en dus doorpropageren van de ene naar de andere arbeidsrelatie)? Of moet de ziekte worden afgekapt en opnieuw worden ingebracht op de 2de arbeidsrelatie (met gevolgen voor deelperiodes ziekte (bijvoorbeeld opnieuw carensdag,..)? De ziekte moet worden doorgeprogrammeerd van de oude naar de nieuwe arbeidsrelatie.
Wat met het personeelsdossierbeheer van personeelsleden die niet meer tot de organisatie behoren (bijvoorbeeld gepensioneerden)? Wie beheert dit dossier verder? Zodra er meer zicht wordt verkregen op de effectieve migratiestromen zal per entiteit c.q. beleidsdomein worden beslist welke MOD de personeelsdossiers van deze ex-personeelsleden verder beheert (cf. nota VR m.b.t. de concrete uitrol BBB - BVR 28 oktober 2005). Hoe gebeuren de herberekeningen van het verleden?
Hoe worden de interne controleprocedures gegarandeerd? Het is de verantwoordelijkheid van de betrokken leidend ambtenaren om de nodige afspraken te maken met betrekking tot de interne controleprocedures voor wat betreft de migratie van personeelsleden tussen hun entiteiten. Wie doet de berekeningen van de productiviteitspremie van de ingenieurs? Deze berekeningen zullen ook in de toekomst verder gemaakt worden door het secretariaat van de commissie van 12. Deze commissie wordt gepositioneerd binnen het departement MOW; de MOD van het departement MOW doet het secretariaat van de commissie en zal verder instaan voor de berekeningen. Binnen de overige MOD’s moet er hiervoor bijgevolg geen expertise worden voorzien.
Financiën en Begroting Hoe moet worden omgegaan met het gemeenschappelijke beheer van begrotingsartikelen die nog niet zijn opgesplitst (bijvoorbeeld artikel 99.10.11.28)? De kredieten zullen pas herverdeeld worden op het ogenblik dat er volledige duidelijkheid is over toewijzingen en affectaties. Dan zal een besluit aan de regering moeten voorgelegd worden, waardoor de kredieten herverdeeld worden over de nieuwe basisallocaties met een een-op-een-relatie ten aanzien van de "parent", die de aanduiding bevat van de bestemming. Een inschatting geven van wanneer dat zal zijn, is momenteel niet mogelijk. Problematiek uitbetaling contencieux? De problematiek van de contentieux wordt ‘on hold’ geplaatst tot de hoegrootheid van de problematiek in kaart is gebracht. De task force stelt dat dit vooralsnog geen prioriteit is. De AAD's stellen dat de impact hiervan hetzij niet groot is, hetzij
niet door de functionele diensten kon worden ingeschat. Gelet op punt 6.1 van de beslissing van de Vlaamse regering van 28 oktober 2005 over de concrete uitrol van BBB en de organisatie van de personeelsmigratie, en op punt 4.2 van de nota aan de VR, kan voor de verdeling van de huidige weddenbudgetten het volgende criterium worden bepaald:
Volgt het weddenbudget altijd een migrerend personeelslid? Wat bijvoorbeeld in het geval van een personeelslid dat migreert, maar wiens taak in de entiteit van oorsprong blijft bestaan (met andere woorden de persoon migreert, maar niet de taak)? Het idee dat het budget de persoon volgt, vloeit voort uit het principe
dat wanneer een personeelslid zijn/haar verschuivende functie volgt,
het budget mee verschuift: het budget volgt de persoon die de functie
volgt. BBB-Gerelateerde vragen (ruimer dan personeelsmigratie) Er zal parallel met meerdere statuten gewerkt moeten worden. Er zijn verschillende regelingen:
Dit betekent bijv. dat een wetenschappelijke attaché die migreert
van een VWI (bijv. CBGS) naar een entiteit, raad of instelling waarop
het PSWI niet van toepassing is (bijv. Studiedienst VR), zijn functionele
loopbaan behoudt. Een bevordering naar wetenschappelijk directeur zal
in het kader van het Raamstatuut (fase 1) slechts mogelijk zijn, indien
het personeelsplan van de nieuwe entiteit deze graad voorziet.
Hoe moet worden omgegaan met het parallel werken met het raamstatuut (fase 1) voor de in werking gestelde entiteiten enerzijds, het VPS, stambesluit en PSWI voor de oude entiteiten anderzijds en met de oude statuten voor wat betreft fase 2 van het raamstatuut? In de overgangsperiode zal er gewerkt worden met een concordantietabel. De afdeling Statutaire Aangelegenheden heeft een ontwerp van dergelijke concordantietabel gemaakt, maar over enkele items moet nog een beslissing worden genomen.
(Alle) managementorganen zullen nog niet geïnstalleerd zijn. Dit zal één van de prioritaire opdrachten van de functioneel bevoegde minister en zijn/haar hoofden van departement, agentschappen en adviesraden zijn. De delegatieregeling zal nog niet in orde zijn: wie tekent na de inwerkingtreding van een (deel van een) nieuw beleidsdomein de salarisbesluiten, contracten, toelagebesluiten, ….? Deze (specifieke) delegatieregeling moet samen met de inwerkingtreding van (een deel van) een nieuw beleidsdomein uitgewerkt worden. Organisatie en toepassing van PLOEG: wie zal wie evalueren, waar zullen de verslagen toekomen, hoe moet dat voor FUTO’S en vertragingen, hoe stroomt deze informatie door en wie doet wat hierin? Dit is de bevoegdheid van de hoofden van de departementen, agentschappen en adviesraden van elke beleidsdomein en moet door hen – in de nog op te richten managementorganen geregeld worden. Wat met de toekomstige organisatie van de Gemeenschappelijke Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (GDPB)? In afwachting van de organisatie van de Gemeenschappelijke Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk (GDPB) blijft de huidige Interne Dienst voor Preventie en Bescherming op het werk (IDPB) deze opdrachten en taken uitvoeren voor de departementen en de IVA’s zonder rechtspersoonlijkheid van de 13 Vlaamse ministeries. De IVA’s met rechtspersoonlijkheid en de EVA’s moeten nagaan in welke mate zij opteren voor een eigen IDPB, dan wel voor een (gemotiveerde) aansluiting bij de GDPB van de rechtspersoon Vlaamse Gemeenschap. |
![]() |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Disclaimer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||